Hoe archeologie een rol speelde in de geschiedenis van de Blankenburgverbinding

10-01-2024 776 keer bekeken

Iedere archeoloog droomt van een mooie vondst. Iets spectaculairs dat een nieuw stukje toevoegt aan het verhaal van Nederland. Al voor de bouw van de Blankenburgverbinding was de verwachting dat in dit gebied bij Vlaardingen de bodem vol zou zitten met interessante informatie.

Maar hoe ga je daarmee om bij de bouw van een nieuwe snelweg wanneer je de archeologische waarde niet verloren wilt laten gaan? 

Samen ontwerpen
Het project dat we nu kennen als de Blankenburgverbinding (BBV) begon in 2010 als ‘Nieuwe Westelijke Oeververbinding’ (NWO). De opdracht voor de verkenning was om een nieuwe verbinding tussen de A15 en de A20 ten westen van Rotterdam te onderzoeken. Bij het ontwerp van deze verbinding is rekening gehouden met de belangen in het gebied. Bewoners, bedrijven en andere organisatie zijn uitgenodigd mee te denken in de ontwerpfase. Ook de belangen van bijvoorbeeld flora & fauna, water, cultuurhistorie en archeologie hebben een plek gekregen.

Van de tekentafel naar het veld
In de verkenning is al het werk gebaseerd op beschikbare informatie uit archieven, (bodem) kaarten, ervaring van mensen en vakmanschap. Dit is geen garantie dat er geen archeologische waarde in het projectgebied gevonden wordt. 

Daarom is in nauwe samenwerking met de gemeente Vlaardingen een veldonderzoek opgezet. Er zijn een flink aantal boringen en proefsleuven in het projectgebied gemaakt. De natte bodem maakte het veldwerk niet altijd eenvoudig. Dit onderzoek is uitgevoerd voordat aannemer BAAK begon met de realisatie van de snelweg. Op die manier was er tijd om rustig en zorgvuldig onderzoek te doen. Op het moment dat BAAK het terrein zou betreden, was het aannemelijk dat archeologie geen risico meer zou zijn voor de planning.

Wat we vonden in het veld? 
Het veldonderzoek werd opgezet om zeker te zijn dat er geen archeologische waarden in de grond zaten die het werk van de aannemer zouden hinderen. De aannames uit de verkenning bleken redelijk te kloppen. Het uitgebreide onderzoek toonde vooral aan dat de grond archeologisch schoon was. Een paar kleine zaken waaronder een kandelaar en een wan (een platte mand om het kaf van het koren te scheiden) zijn als losse vondsten naar boven gekomen. De wan staat afgebeeld op de afbeelding boven dit artikel. De vondsten zijn overgedragen aan het museum Vlaardingen. Verder is bij gecombineerd geotechnisch archeologisch onderzoek in het Scheur een halve schoenzool aangetroffen.

Toch is om beschadiging te voorkomen zo veel mogelijk netjes in de bodem gebleven. De archeologen zeggen ook dat dat goed is, want de bodem is het beste archief, maar … diep van binnen knaagt er toch iets: “wat zou er nog meer in de bodem zitten?”

Kaart uit het tracébesluit. Alle bruine gebieden zijn gemarkeerd als 'archeologisch waardevol terrein'. 

Cookie-instellingen